Dagvlinders

Bij vlinders zijn er twee meetprogramma’s: één voor aantalsmonitoring en één voor verspreidingsonderzoek.

Organisatie:

Coördinatie: De Vlinderstichting.
Uitvoering: Vrijwilligers, De Vlinderstichting, CBS, terreinbeherende organisaties.
Opdrachtgever: Ministerie van EZ.

Veldwerkmethode

Aantalsmonitoring

In het meetprogramma voor aantalsmonitoring worden alle in ons land voorkomende vlindersoorten geteld. Vaste routes van doorgaans 1 km lang worden elk jaar op dezelfde manier geteld. Gedurende het hele seizoen tussen 1 april en 1 oktober wordt in principe wekelijks genoteerd welke soorten er voorkomen en in welke aantallen. Daarnaast zijn er routes gericht op één soort, met alleen tellingen in de hoofdvliegtijd van die soort. Voor ruim de helft van de te volgen soorten gaat het om een steekproef van enige honderden meetlocaties uit hun leefgebieden. Van de andere soorten wordt op alle locaties waar de soort voorkomt een telroute uitgezet. Daarnaast zijn er drie soorten die geteld worden via ei-tellingen (gentiaanblauwtje, sleedoornpage en grote vuurvlinder), omdat tellen van de volwassen dieren niet mogelijk is.

Verspreidingsonderzoek

Het verspreidingsonderzoek is gericht op het vaststellen van de verspreiding van de in Nederland voorkomende HR II & IV-soorten op 10 x 10 km-hokniveau. Daarnaast is er verspreidingsonderzoek van de overige soorten op 5 x 5 km-hokniveau. Het doel daarvan is om de Rode Lijst-status van soorten te kunnen actualiseren, met bijzondere aandacht voor de urgent bedreigde typische soorten. De gegevensinwinning van de HR-soorten en de typische soorten bestaat uit gerichte inventarisaties van km-hokken door vrijwilligers volgens een gestandaardiseerd protocol. Daarnaast worden er veel gegevens over vlinders verzameld door vrijwilligers zonder gebruik van een vast meetprotocol, in de vorm van soortenlijsten of losse tellingen van 1 soort. Deze waarnemingen worden door de waarnemers ingevoerd op de verschillende invoerportals op internet die uiteindelijk bijeen komen via de NDFF voor de verwerking door het CBS. Gegevens over de verspreiding van de Spaanse vlag worden niet in het verspreidingsonderzoek verzameld, omdat deze soort in het meetprogramma integraal wordt gevolgd en er daarnaast veel losse gegevens voorhanden zijn. De gegevens van HR-soorten worden verwerkt tot verspreidingskaarten op 10 x 10 kmhokniveau. Voor het bepalen van de actuele verspreiding en de trend daarin, worden zogenaamde occupancy-modellen routinematig toegepast. Deze modellen zijn tevens bruikbaar om te onderzoeken of bepaalde hokken voldoende zijn onderzocht om een soort te vinden als die er zit.

Zie ook de veldwerkhandleiding en de onderzoeksbeschrijving.

Toepassingen:

Sterk sturende meetdoelen

  • Habitatrichtlijn / Vogelrichtlijn: landelijke trends van soorten
  • Habitatrichtlijn / Vogelrichtlijn: verspreiding van soorten

Matig sturende meetdoelen

  • Natura 2000: trends per Natura 2000-gebied
  • Natura 2000: populatiegrootte per Natura 2000-gebied
  • Natura 2000: trends in gezamenlijke Natura 2000-gebieden
  • Habitatrichtlijn: structuur & functie van habitattypen (o.a. Rode Lijst-status van typische soorten)
  • Rode Lijsten: Rode Lijst-status van soorten

Niet sturende meetdoelen

  • Convention on Biological Diversity: landelijke trends
  • Klimaatverandering: landelijke trends en fenologische verschuivingen
  • Natuurgraadmeters: landelijke trends, trends per biotoop etc.
  • Stadsnatuur: landelijke trends
  • General Surveillance van ggo’s: regionale trends
Kwaliteitsborging:

De standaardisatie van het veldwerk is voorgeschreven in een veldhandleiding. Er is een geautomatiseerde controle op fouten en onwaarschijnlijke gegevens. Bij de statistische analyse wordt gecorrigeerd voor mogelijke vertekeningen als gevolg van ontbrekende tellingen, overbemonstering van bepaalde regio’s en dergelijke.

Gebruikersinformatie:

Het meetnet loopt vanaf 1990. Tijdreeksen met resultaten zijn van de meeste vlinders beschikbaar vanaf 1992. De veldgegevens worden beheerd door De Vlinderstichting. De gegevens met de exacte ligging van de meetlocaties zijn op aanvraag beschikbaar bij De Vlinderstichting.

De nieuwste resultaten zijn elk jaar in de nazomer beschikbaar. Jaarlijks komt er in maart een jaarverslag uit, opgesteld door De Vlinderstichting en CBS. Natuurgraadmeters en trends per soort met toelichting zijn voorhanden in het Compendium voor de Leefomgeving en onder de knop Dataloket.

In maart komt er een jaarverslag uit dat opgesteld wordt door De Vlinderstichting en CBS.

Sluit Menu