Amfibieën

Het meetprogramma voor amfibieën volgt alle 16 inheemse amfibieënsoorten van ons land. Voor een vijftal soorten richt het programma zich op het inwinnen van aantalsgegevens, voor vier van deze vijf soorten worden ook verspreidingsgegevens ingewonnen. Voor de 11 overige soorten is het meetprogramma alleen gericht op het inwinnen van verspreidingsgegevens.

Organisatie:

Coördinatie: Stichting RAVON.
Uitvoering: Vrijwilligers, RAVON, CBS.
Opdrachtgever: Ministerie van LNV.

Veldwerkmethode

Van vijf soorten amfibieën (boomkikker, geelbuikvuurpad, knoflookpad, vroedmeesterpad en vuursalamander) worden aantallen geteld. Vaste meetpunten worden, afhankelijk van de soorten die er voorkomen, met diverse meetmethoden (zicht & geluidswaarneming, schepnet e.d.) jaarlijks enkele keren bemonsterd op het voorkomen van soorten. De vuursalamander is niet zo gebonden aan water. Voor deze soort zijn routes uitgezet in vochtige loofbossen, waar naar deze soort wordt gezocht. Van de geelbuikvuurpad, vroedmeesterpad en vuursalamander wordt het gehele leefgebied onderzocht. Bij de boomkikker en de knoflookpad betreffen de meetpunten een steekproef van het leefgebied. Met deze tellingen worden aantalstrends en indexcijfers berekend; hierbij wordt gebruik gemaakt van het programma TRIM. Voor de 11 overige soorten worden alleen verspreidingstrends bepaald op basis van inventarisaties met daglijstjes. Met behulp van deze daglijstjes kunnen trefkansen worden bepaald en kunnen trends in verspreiding en indexcijfers worden berekend waarbij gebruik wordt gemaakt van occupancy-modellen.
De verspreidingstrends zijn een alternatief voor aantalstrends, die bij deze soorten niet betrouwbaar genoeg konden worden bepaald. Het grootste deel van de tellingen wordt verricht door vrijwilligers. Een klein deel van de werkzaamheden wordt uitgevoerd door betaalde professionals die worden aangestuurd door RAVON.

De gerichte gegevensinwinning voor het bepalen van de landelijke verspreiding op10 x 10 km-hokniveau bestaat uit inventarisaties van km-hokken door vrijwilligers binnen de te actualiseren 10 x 10 km-hokken. Vrijwilligers volgen hierbij een gestandaardiseerd protocol. De inventarisatiemethode verschilt per soort en is gericht op het vaststellen van de aan- of afwezigheid van de soort op km-hokniveau. Hierdoor kan ook op gedetailleerder schaal dan 10 x 10 km naar verspreiding worden gekeken. De verspreiding van de geelbuikvuurpad, vroedmeesterpad en vuursalamander wordt via de aantalsmonitoring al volledig in kaart gebracht omdat deze soorten in hun gehele

– beperkte – leefgebied worden geteld. Naast de gegevens die door vrijwilligers van RAVON verzameld worden, worden er ook gegevens verzameld door anderen. CBS downloadt deze gegevens uit de NDFF en gebruikt de gegevens voor het bepalen van de verspreiding en de trend in verspreiding.

Zie ook de  veldwerkhandleiding en de onderzoeksbeschrijving.

Toepassingen:

Sterk sturende meetdoelen:

  • Habitatrichtlijn: landelijke trends van soorten van Bijlage II en IV.
  • Habitatrichtlijn: verspreiding van soorten van Bijlage II, IV en V.
  • Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer: landelijke trends.

Matig sturende meetdoelen

  • Natura 2000: trends per Natura 2000-gebied.
  • Natura 2000: populatiegrootte per Natura 2000-gebied.
  • Natura 2000: trends in gezamenlijke Natura 2000-gebieden.
  • Habitatrichtlijn: structuur & functie van habitattypen (o.a. Rode Lijst-status van typische soorten).
  • Rode Lijsten: Rode Lijst-status van soorten.

Niet sturende meetdoelen:

  • Convention on Biological Diversity: landelijke trends.
  • Klimaatverandering: landelijke trends en fenologische verschuivingen.
  • Natuurgraadmeters: landelijke trends, trends per biotoop etc.
  • Stadsnatuur: landelijke trends.
  • Invasieve exoten: landelijke trends.
Kwaliteitsborging:

De standaardisatie van het veldwerk is voorgeschreven in een veldhandleiding. Er is een geautomatiseerde controle op fouten en onwaarschijnlijke gegevens. Bij de statistische analyse wordt gecorrigeerd voor mogelijke vertekeningen als gevolg van ontbrekende tellingen, overbemonstering van bepaalde regio’s en dergelijke.

Gebruikersinformatie:

Het meetprogramma loopt vanaf 1997; voor enkele soorten zijn echter alleen kortere tijdreeksen beschikbaar. De veldgegevens worden beheerd door RAVON. De gegevens met de exacte ligging van de meetlocaties zijn op aanvraag beschikbaar bij RAVON.

De nieuwste resultaten zijn elk jaar aan het begin van de zomer beschikbaar. Natuurgraadmeters en trends per soort met toelichting zijn voorhanden in het Compendium voor de Leefomgeving. Op deze website kunt u onder ‘dataloket’ ook indexcijfers en trends downloaden.

Sluit Menu