Korstmossen
Korstmossen zijn gevoelig voor luchtverontreiniging. Het Meetnet Korstmossen is beperkt in omvang en volgt alleen een aantal van de meest gevoelige korstmossoorten. Er zijn aparte metingen voor het geel schorpioenmos, een Habitatrichtlijnsoort.
Organisatie:
Coördinatie: Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG)
Uitvoering: Vrijwilligers, BLWG, CBS
Opdrachtgever: LNV / Gegevensautoriteit Natuur
Veldwerkmethode:
Alleen de meest kwetsbare soorten korstmossen die op stenige ondergrond voorkomen worden gevolgd en daarnaast soorten van heide en zandverstuivingen. Vaste meetlocaties worden in een cyclus van vijf jaar geïnventariseerd op korstmossen. Bij de soorten op stenige ondergrond worden alle vindplaatsen van de kwetsbare soorten gevolgd. Bij heidevelden en zandverstuivingen is er een beperkte steekproef van bijna 30 heidegebieden.
Verder is in het meetnet geel schorpioenmos (een mossoort) opgenomen dat op de Habitatrichtlijn staat. Deze wordt eens in de drie jaar integraal gemeten (via een raster van 10 bij 10 meter) in de drie gebieden waar deze soort voorkomt.
Er is geen handleiding beschikbaar , maar de methode staat beschreven in de onderzoeksrapporten op de site van BLWG.
Toepassingen:
- Landelijke trends van de meest kwetsbare Rode-Lijstsoorten op dijken, hunebedden en andere stenige substraten
- Trends van korstmossen in heidevelden en zandverstuivingen, voor natuurgraadmeters in de Natuurbalans en dergelijke (NEM-meetdoel)
- Trends van de Habitatrichtlijnsoort geel schorpioenmos (NEM-meetdoel)
- Actualisatie Rode Lijst Korstmossen
Kwaliteitsborging:
De standaardisatie van het veldwerk is voorgeschreven in een veldhandleiding. Er is een geautomatiseerde controle op fouten en onwaarschijnlijke gegevens. Bij de statistische analyse van de gegevens wordt gecorrigeerd voor mogelijke vertekening als gevolg van ontbrekende tellingen.
Gebruikersinformatie:
Het meetnet loopt vanaf 1999. De tweede herhalingsronde is in 2009 gestart. Voor ruim 60 soorten korstmossen worden indexcijfers berekend. De veldgegevens zijn alleen bij uitzondering beschikbaar. Deze worden beheerd door de BLWG in de Nationale Databank Flora en Fauna. De gegevens met de exacte ligging van de meetlocaties zijn op aanvraag beschikbaar bij de BLWG.
Een onderzoeksrapport staat op de site van BLWG