Floron

De meetprogramma’s voor planten zijn gericht op het bepalen van de verspreiding en de trend in verspreiding. Er is een meetprogramma dat zich richt op het in kaart brengen van de verspreiding op 10 x 10 km-hok niveau van de soorten die worden vermeld op bijlagen II, IV en V van de Habitatrichtlijn. Daarnaast is er een meetprogramma gericht dat is gericht op het bepalen van de Rode Lijst-status van alle plantensoorten, met bijzondere aandacht voor de typische soorten van de Habitatrichtlijn. Een deel van die hokken wordt tegenwoordig enkele keren per jaar onderzocht (“Het Nieuwe Strepen”, HNS).

In opdracht van het Team Invasieve Exoten wordt een aantal invasieve uitheemse plantensoorten gevolgd, hieronder bevinden zich ook de 14 plantensoorten die worden vermeld op de Unielijst. De Unielijst is opgesteld door de Europese Unie. Op de lijst staan soorten waarvan de negatieve effecten zodanig zijn dat gezamenlijk optreden op het niveau van de Europese Unie gewenst is, zie tabel 7.14.2.

Organisatie:

Coördinatie: FLORON.
Uitvoering: Vrijwilligers, FLORON, CBS.
Opdrachtgever: Ministerie van EZ.

Veldwerkmethode

Veldwerkmethode:
De gegevensinwinning voor de Habitatrichtlijnsoorten bestaat uit gerichte inventarisaties van km-hokken door professionals en vrijwilligers binnen de nog te actualiseren km-hokken. Hierbij wordt een protocol gevolgd dat zorg draagt voor een gestandaardiseerde gegevensverzameling. De inventarisatie houdt rekening met de variatie aan biotopen binnen het hok, en is er op gericht om ook de afwezigheid van een soort met redelijke zekerheid vast te stellen. In de meeste gevallen wordt ook een schatting gedaan van de abundantie. De vrijwilligersgegevens worden aangevuld met gegevens van terreinbeheerders.

Het onderdeel dat gericht is op typische soorten bestaat uit het actualiseren van groeiplaatsen van zeldzame soorten en uit het maken van streeplijsten van km-hokken. Bij deze streeplijsten worden alle voorkomende soorten volgens een bepaald protocol genoteerd (‘Het Nieuwe Strepen’). Bovendien worden daarbij zoveel mogelijk km-hokken in hetzelfde jaar herhaald, hetgeen in principe goede trendschattingen mogelijk maakt. Verder worden veel gegevens verzameld via de traditionele streeplijsten van FLORON en als losse waarnemingen.

Toepassingen:

Sterk sturende meetdoelen:

  • Habitatrichtlijn: verspreiding van soorten van Bijlage II, IV en V.
  • Invasieve exoten: landelijke trends.

Matig sturende meetdoelen:

  • Habitatrichtlijn: structuur & functie van habitattypen (o.a. Rode Lijst-status van typische soorten).
  • Rode Lijsten: Rode Lijst-status van soorten.

Niet sturende meetdoelen:

  • Convention on Biological Diversity: landelijke trends.
Kwaliteitsborging:

Kwaliteitsborging:
De standaardisatie van het veldwerk is voorgeschreven in een veldhandleiding. Er is een geautomatiseerde controle op fouten en onwaarschijnlijke gegevens. Bij de statistische analyse wordt gecorrigeerd voor mogelijke vertekeningen als gevolg van ontbrekende tellingen, overbemonstering van bepaalde regio’s en dergelijke.

Gebruikersinformatie:

Gebruikersinformatie:
FLORON is vanaf 1998 betrokken bij het NEM. De veldgegevens worden beheerd door FLORON. De nieuwste resultaten zijn elk jaar aan het begin van de zomer beschikbaar. Natuurgraadmeters en trends per soort met toelichting zijn voorhanden in het Compendium voor de Leefomgeving en op deze website, onder de knop ‘dataloket’.

Sluit Menu