Kevers en andere ongewervelden

Het meetprogramma voor kevers en andere ongewervelden is in de eerste plaats gericht op het bepalen van de verspreiding van een zestal soorten van de Habitatrichtlijn (Bijlage II, IV en V). Het betreft de medicinale bloedzuiger, Europese rivierkreeft en vier soorten kevers. Voor de gestreepte waterroofkever worden ook structureel aantalsgegevens verzameld. Met het verzamelen van verspreidingsgegevens van de medicinale bloedzuiger en de Europese rivierkreeft (beide soorten van Bijlage V) is in 2016 gestart.

Hiernaast vindt monitoring plaats van een aantal ‘typische’ soorten. Deze soorten worden niet direct beschermd door de Habitatrichtlijn, maar zijn indicatief voor beschermde habitattypen. Het betreft een aantal sprinkhanen, krekels, haften, steenvliegen en schietmotten die urgent bedreigd zijn.

Organisatie:

Coördinatie: EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden.
Uitvoering: Vrijwilligers, EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, CBS.
Opdrachtgever: Ministerie van EZ.

Veldwerkmethode

Er is geen handleiding met een overzicht van alle veldwerkmethoden, maar de verschillende methoden staan wel beschreven in de onderzoeksrapporten die te vinden zijn op de website van EIS. Voor het NEM worden vier keversoorten van de Habitatrichtlijn gevolgd. Dit meetprogramma is gericht op het bepalen van de verspreiding op 10 x 10 km-hokniveau. Voor de gestreepte waterroofkever kunnen in de toekomst mogelijk ook meetdoelen met betrekking tot trend en populatiegrootte bereikt worden. Bij de inwinning van gegevens over het vliegend hert spelen vrijwilligers een belangrijke rol, voor de overige soorten worden de gegevens ingewonnen door professionals.
Naast de kevers volgt EIS een aantal typische insectensoorten van een aantal soortgroepen (sprinkhanen, haften en steenvliegen). Alleen de soorten die urgent bedreigd zijn, worden beschouwd.

Toepassingen:

Sterk sturende meetdoelen:

  • Habitatrichtlijn (HR): landelijke trends van soorten van Bijlage II en IV.
  • Habitatrichtlijn (HR): verspreiding van soorten van Bijlage II, IV en V.

Matig sturende meetdoelen:

  • Natura 2000: trends per Natura 2000-gebied.
  • Natura 2000: populatiegrootte per Natura 2000-gebied.
  • Natura 2000: trends in gezamenlijke Natura 2000-gebieden.
  • Habitatrichtlijn: structuur & functie van habitattypen (o.a. Rode Lijst-status van typische soorten).

Niet sturende meetdoelen:

  • Convention on Biological Diversity: landelijke trends.
Kwaliteitsborging:

De standaardisatie van het veldwerk is beschreven in onderzoeksrapporten van EIS.

Gebruikersinformatie:

Het meetprogramma loopt vanaf 2004. De veldgegevens worden beheerd door EIS.
De mogelijkheden om trends in verspreiding van soorten te berekenen en publiceren worden onderzocht.

Sluit Menu