Landelijk Meetnet Flora

Landelijk Meetnet Flora – Milieu en Natuurkwaliteit

Veel plantensoorten zijn gevoelig voor verdroging, verzuring en vermesting. Het Meetnet Flora levert informatie over de effecten van deze factoren op de flora. Ook volgt het meetnet de ontwikkeling van de natuurkwaliteit in het agrarische gebied.

Organisatie:

Coördinatie: CBS, provincies.
Uitvoering: Provincies (uitgezonderd Limburg), provinciale medewerkers of groenbureaus, CBS,  RWS Dienst Verkeer en Scheepvaart.
Opdrachtgevers: provincies, Ministerie van EZ (tot 2015).

Veldwerkmethode

In ruim 10.000 kleine, vaste meetpunten (pq’s) wordt de aanwezigheid en bedekking van alle hogere plantensoorten geïnventariseerd. De meetpunten zijn verdeeld over circa 50 combinaties van fysisch-geografische regio’s, milieukwaliteits-gebieden en begroeiïngstypen. Ieder meetpunt wordt eens per vier jaar geïnventariseerd, zodat elk jaar een kwart van alle meetpunten aan de beurt is.

Toepassingen:

Het meetnet is niet soortgericht, zoals de overige NEM-meetnetten. De toepassingen zijn daarmee anders. Trends per soort kunnen alleen voor de meer algemene soorten berekend worden. De voornaamste resultaten zijn trends in samengestelde variabelen, zoals soortenrijkdom, vochtindicatie en vergrassing. Dat wordt gebruikt voor onder meer:

  • Onderzoek naar de effecten van verzuring, vermesting en verdroging op de flora in loofbos, naaldbos, heide, moeras, duinen en half-natuurlijke graslanden (NEM-meetdoel)
  • Trends in de natuurkwaliteit van landschapselementen (sloten, slootkanten, bermen, houtwallen) in het agrarische gebied (NEM-meetdoel)
  • Trends op diverse schaalniveaus, voor natuurgraadmeters in de Natuurbalans (NEM-meetdoel)
Kwaliteitsborging:

De standaardisatie van het veldwerk is voorgeschreven in een handleiding, de bijbehorende bijlage kunt ook downloaden. Wilt u de gedetailleerde beschrijvingen van de IPI-vegetatietypen bestuderen dan heeft u het zogenaamde “IPI-boekje" nodig. De verzamelde gegevens worden middels een geautomatiseerde controle op fouten en onwaarschijnlijke gegevens gecontroleerd. Bij de statistische analyse wordt rekening gehouden met mogelijke vertekeningen als gevolg van overbemonstering van bepaalde regio’s en dergelijke.

Gebruikersinformatie:

Het meetnet is in 1999 gestart in zeven provincies. De overige vijf provincies zijn één of twee jaar later begonnen, maar Limburg heeft slechts kort meegedaan. Uit de rijksbijdrage zijn op beperkte schaal tot 2015 nog wel pq’s in Limburg geïnventariseerd om vertekening in landelijke cijfers te voorkomen. Deze rijksbijdrage (50% van de veldwerkkosten) is in 2015 echter gestopt. Het meetnet wordt sindsdien geheel gefinancierd door provincies, maar de continuïteit staat onder druk onder meer vanwege onduidelijkheid over gemeenschappelijke provinciale meetdoelen. De veldgegevens worden beheerd door het CBS. De gegevens zijn beschikbaar na toestemming van PBL en de provincies. De gegevens met de exacte ligging van de meetlocaties zijn op aanvraag beschikbaar bij CBS.

Uit de 4-jarige cycli van meetgegevens kunnen door statistische bewerking jaarcijfers worden samengesteld en langjarige trends worden berekend. Landelijke worden per begroeiingstype en – voor het agrarisch gebied – per landschapselement – resultaten gepubliceerd op het Compendium voor de Leefomgeving. Daarnaast worden ook provinciale cijfers berekend en geleverd aan de betreffende provincies. Nieuwe resultaten zijn jaarlijks in de zomer beschikbaar.

Sluit Menu