Paddenstoelen

Het meetprogramma voor paddenstoelen bestaat sinds enkele jaren uit drie onderdelen: een omvangrijk meetnet in bossen op zandgronden (sinds 1998), en twee kleinere meetnetten in de zeereep (sinds 2014) en in moerassen, venen en jeneverbesstruwelen (sinds 2016). Naast de gestandaardiseerde meetnetten gaat analyse van verspreidingsgegevens om trends in (bos)paddenstoelen te berekenen in de nabije toekomst een prominentere rol spelen.

Organisatie:

Coördinatie: Paddenstoelenstichting, Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV).
Uitvoering: Vrijwilligers, NMV, CBS.
Opdrachtgever: Ministerie van EZ.

Veldwerkmethode

Vaste meetpunten in bosgebieden op de hoge zandgronden en duinen worden jaarlijks in de periode juli tot en met december drie tot zes keer geïnventariseerd op het voorkomen van vruchtlichamen. De inventarisaties betreffen overwegend steekproeftellingen, maar bij een aantal soorten gaat het om integrale tellingen waarbij geprobeerd wordt om alle bekende vindplaatsen in het meetprogramma op te nemen.

Voor de soorten die in andere habitattypen dan bossen voorkomen (zeereep, moeras), wordt een andere methode gevolgd: in plaats van vaste meetpunten met gestandaardiseerde telmethoden worden per onderzocht km-hok twee keer in het seizoen de voorkomende typische soorten alsmede begeleidende soorten genoteerd. Deze manier van gegevensverzameling laat toe dat trends per soort m.b.v. occupancy modellen kunnen worden bepaald.

Zie ook de veldwerkhandleiding en de onderzoeksbeschrijving.

Toepassingen:

Sterk sturende meetdoelen

  • Habitatrichtlijn: structuur & functie van habitattypen (o.a. Rode Lijst-status van typische soorten)

Matig sturende meetdoelen

  • Milieukwaliteit: landelijke en regionale trends.
  • Rode Lijsten: Rode Lijst-status van soorten

Niet sturende meetdoelen

  • Convention on Biological Diversity: landelijke trends
  • Klimaatverandering: landelijke trends en fenologische verschuivingen
  • Natuurgraadmeters, landelijke trends, trends per biotoop, etc.
Kwaliteitsborging:

De standaardisatie van het veldwerk is voorgeschreven in een veldhandleiding. Er is een geautomatiseerde controle op fouten en onwaarschijnlijke gegevens. Bij de statistische analyse wordt gecorrigeerd voor mogelijke vertekeningen als gevolg van ontbrekende tellingen en dergelijke.

Gebruikersinformatie:

Het meetnet in bossen is gestart in 1998. In 2014 is een meetnet gestart om een zestal typische soorten van de Habitatrichtlijn buiten de bossen te gaan volgen. Het gaat hier om de soorten van de zeereep (witte en grijze duinen). In 2016 is een begin gemaakt met de monitoring van zeven typische soorten in moerassen en venen, en één typische soort van jeneverbesstruwelen.

De veldgegevens zijn alleen bij uitzondering beschikbaar. De gegevens met de exacte ligging van de meetlocaties zijn op aanvraag beschikbaar bij de NMV.

Nieuwe resultaten zijn elk jaar in het najaar beschikbaar. Natuurgraadmeters en trends zijn voorhanden in het Compendium voor de Leefomgeving en onder de knop Dataloket.

Sluit Menu