Slaapplaatsen van vogels

In het meetprogramma voor slaapplaatsen van vogels worden de aantallen van 19 vogelsoorten gevolgd in Natura 2000-gebieden die volgens de aanwijsbesluiten een functie hebben als slaapplaats voor deze soorten. Voor enkele soorten zijn de tellingen ook nodig om de landelijke trends te volgen. Het meetprogramma levert daarnaast veel verspreidingsinformatie op.

Organisatie:

Coördinatie: Sovon Vogelonderzoek Nederland.
Uitvoering: Vrijwilligers, Sovon, CBS.
Opdrachtgever: Provincies, Ministerie van LNV.

Veldwerkmethode:

Er worden twee tellingen georganiseerd in de piekperiode van de soort. Bij de meeste soorten duurt deze piekperiode gemiddeld vijf maanden. De telperiode is een periode van iets meer dan twee weken rond een vooraf vastgestelde voorkeursdatum, inclusief drie weekenden. Dit voorkomt rechtstreekse concurrentie met de teldatums in het meetprogramma voor watervogels, maar biedt waarnemers wel de gelegenheid om tellingen te combineren op dezelfde dag. Waarnemers worden aangespoord ook alle overige soorten te tellen die gebruik maken van de slaapplaats.

Voor kemphaan, kraanvogel, reuzenstern en zwarte stern worden minimaal drie tellingen georganiseerd in de piekperiode van de soort. Bij deze vier soorten duurt de piekperiode slechts enkele weken. De telperiode is een telweekend met een vooraf vastgestelde voorkeursdag om dubbeltellingen zo veel mogelijk te voorkomen. Bij de kraanvogel worden de tellingen ad hoc georganiseerd op momenten van sterke doortrek, waarvan de timing en omvang van jaar op jaar sterk kunnen verschillen.

Toepassingen:

Sterk sturende meetdoelen:

  • Habitatrichtlijn/Vogelrichtlijn: landelijke trends
  • Aviaire Influenza: landelijke trend en verspreiding
  • Natura 2000: trends per Natura 2000-gebied
  • Natura 2000: populatiegrootte per Natura 2000-gebied

Matig sturende meetdoelen:

  • Ramsar (Wetlands): trends per Ramsargebied
  • Convention on Biological Diversity: landelijke trends
  • African Eurasian Waterbird Agreement: landelijke trends
  • Schadesoorten: landelijke trends
  • Kwaliteit van het agrarisch gebied: landelijke trends
  • Kwaliteit hoofdwatersystemen: trend van vogels
  • Klimaatverandering: landelijke trends en fenologische verschuivingen
  • Natuurgraadmeters: landelijke trends, trends per biotoop etc.
  • Stadsnatuur: landelijke trends
  • Invasieve exoten: landelijke trends
Kwaliteitsborging:

De teldekking, het percentage goed getelde soort-gebiedcombinaties, is in een paar jaar tijd gestegen van minder dan 40% tot meer dan 60%, maar de laatste twee jaar ligt de teldekking iets lager. Het aantal tellers lijkt de laatste jaren gestabiliseerd, maar er blijkt een hoge turnover van waarnemers te zijn: er komen jaarlijks veel waarnemers bij, maar er vallen er ook veel af. Sovon besteedt daarom extra aandacht aan het langdurig binden van waarnemers.

In 2017 is besloten dat de slaapplaatstellingen voor de grutto gecombineerd zullen worden met de tellingen uit het meetprogramma voor watervogels om landelijke aantalstrends voor de soort te berekenen. Sovon zal daarom in het vervolg extra aandacht besteden aan de coördinatie van de slaapplaatstellingen voor grutto’s.

Gebruikersinformatie:

Het meetprogramma is in eerste instantie gericht op de aantalsmonitoring van 19 soorten in de 53 Natura 2000-gebieden die volgens de aanwijzingsbesluiten voor deze soorten een functie hebben als slaapplaats. In totaal worden 189 combinaties van soort en gebied gevolgd. Voor kemphaan, kraanvogel, reuzenstern, zwarte stern en vanaf 2018 de grutto wordt daarnaast gestuurd op tellingen buiten Natura 2000-gebieden. Dit is nodig om de landelijke trend goed te kunnen bepalen. Deze soorten kunnen namelijk niet goed gevolgd kunnen worden in de monitoringgebieden van het meetprogramma voor watervogels (zie Watervogels). Eens in de drie of vier jaar wordt een slaapplaatstelling georganiseerd die speciaal gericht is op de kemphaan en ook buiten Natura 2000-gebieden plaatsvindt (de laatste kemphaantelling heeft plaatsgevonden in het voorjaar van 2015, de volgende staat op het programma in het voorjaar van 2019). Deze telling wordt deels door professionals uitgevoerd. Voor de landelijke trend kan echter volstaan worden met tellingen in de vier Natura 2000-gebieden die voor de kemphaan zijn aangewezen. Er wordt matig gestuurd op gegevensinwinning voor slaapplaatsen buiten de Natura 2000-gebieden. Deze gegevens zijn onder meer van belang in het model dat bijschattingen doet voor onvolledig getelde Natura 2000-gebieden. Er wordt licht en onregelmatig gestuurd op gegevensinwinning van de 17 overige soorten in tabel 7.6.2 waarvoor gebieden geen officiële slaapplaatsfunctie hebben. Het meetprogramma is gestart in seizoen 2009/2010.

Sluit Menu