Paddenstoelen

Het meetprogramma voor paddenstoelen bestaat uit drie deelprogramma’s: een onderdeel in bossen op zandgronden (sinds 1998), een onderdeel in de zeereep (sinds 2014) en een onderdeel in moerassen/venen (sinds 2016). Een vierde meetonderdeel, in jeneverbesstruwelen (opgestart in 2016), is met ingang van het telseizoen 2018 gestaakt. Naast de gestandaardiseerde monitoring worden tevens met niet-gestandaardiseerde verspreidingsgegevens trends van (bos)paddenstoelen berekend.

Organisatie:

Coördinatie: Paddenstoelenstichting, Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV).
Uitvoering: Vrijwilligers, NMV, CBS.
Opdrachtgever: Ministerie van EZ.

Gegevens

Tot aan het teljaar 2016 werden vaste meetpunten in bosgebieden op de hoge zandgronden en duinen jaarlijks in de periode juli tot en met december drie tot zes keer geïnventariseerd op het voorkomen van vruchtlichamen van paddenstoelen. De tellingen betroffen overwegend steekproeftellingen, maar bij een aantal soorten ging het om integrale tellingen waarbij geprobeerd werd om alle bekende vindplaatsen in het meetprogramma op te nemen. Vanaf het jaar 2017 is de methode voor het meetonderdeel in bossen aangepast: i.p.v. vaste meetpunten worden nu km-hokken (deels) herhaald geïnventariseerd. Een veldwerkhandleiding en een beschrijving van de nieuwe methode is beschikbaar op deze websites en die van de NMV; zie Links. Voor de soorten die in andere habitattypen dan bossen voorkomen (zeereep, moerassen/
venen), werd al een andere methode gevolgd: in plaats van vaste meetpunten met gestandaardiseerde telmethoden worden per onderzocht km-hok (idealiter) twee keer in het seizoen de voorkomende typische soorten alsmede meelift-soorten genoteerd en ingevoerd in een daarvoor ontworpen invoermodule. Deze manier van gegevensverzameling laat toe dat trends per soort m.b.v. occupancy modellen kunnen worden bepaald, waarbij voor verschil in meetinspanning wordt gecorrigeerd.

Zie ook de  handleiding en de onderzoeksbeschrijving.

Meetdoelen voor deze soortgroep

Sterke sturende meetdoelen

  • Habitatrichtlijn: structuur & functie van habitattypen (o.a. Rode Lijst-status van typische soorten)

Matige sturende meetdoelen

  • Milieukwaliteit: landelijke en regionale trends1)
    Rode Lijsten: Rode Lijst-status van soorten

Indirecte meetdoelen

  • Convention on Biological Diversity: landelijke trends
  • Klimaatverandering: landelijke trends en fenologische verschuivingen
  • Natuurgraadmeters: landelijke trends, trends per biotoop etc.
Kwaliteitsborging:

De standaardisatie van het veldwerk is voorgeschreven in een veldhandleiding. Er is een geautomatiseerde controle op fouten en onwaarschijnlijke gegevens. Bij de statistische analyse wordt gecorrigeerd voor mogelijke vertekeningen als gevolg van ontbrekende tellingen en dergelijke.

Gebruikersinformatie:

Het meetnet in bossen is gestart in 1998. In 2014 is een meetnet gestart om een zestal typische soorten van de Habitatrichtlijn buiten de bossen te gaan volgen. Het gaat hier om de soorten van de zeereep (witte en grijze duinen). In 2016 is een begin gemaakt met de monitoring van zeven typische soorten in moerassen en venen.

De veldgegevens zijn alleen bij uitzondering beschikbaar. De gegevens met de exacte ligging van de meetlocaties zijn op aanvraag beschikbaar bij de NMV.

Nieuwe resultaten zijn elk jaar in het najaar beschikbaar. Natuurgraadmeters en trends zijn voorhanden in het Compendium voor de Leefomgeving en onder de knop Dataloket.